Eastwood Geplaatst op 29-10-2006, 19:57 Reageer
Berichten: 517
gebruiker
Verstuur privé bericht

Voorwoord:

Al hoewel de volgende pagina's aan informatie, slechts de meest elementaire items      van buizen versterkers behandelen en daarom ook niet de pretentie heeft om als een complete leidraad te dienen, zal het wellicht een goede hulp zijn bij het zoeken naar storingen en mogelijke reparaties van uw good old vintage buizen amp.

Van verreweg de meeste buizen versterkers zijn elektrische bouwschema's bekend en op te vragen bij de importeurs en / of goede reparatie bedrijven, indien u niet beschikt over een dergelijk schema.

Bewust zijn echte klank en gebruikersmodificaties buiten deze beschrijving gelaten,
omdat dergelijke zaken een aparte benadering en beschrijving vragen.
Wellicht kunnen we op een later tijdstip een aantal modificaties publiceren, indien daar de behoefte bestaat binnen de lezers van dit forum.

Wij wensen U veel lees plezier en succes met het controleren van uw oude vintage gitaarversterker.

WAARSCHUWING

Omdat buizenversterkers met levensgevaarlijke voltages en stromen werken
dient men hier ernstig rekening mee te houden.
De gebruiker / lezer wordt geacht hiervan goede nota te hebben genomen, alsmede dient men over voldoende basis kennis van de elektronica en elektriciteitsleer te beschikken.
Indien men aan de hand van de hierna beschreven meet en test procedures gaat werken, dient men ook de geldende veiligheidsvoorschriften en normen in acht te nemen.  

Ook dient men de voorschriften en gebruikers handleiding van dergelijke apparaten aangevuld met de bepalingen en gegevens van het elektrische bouwschema nauwgezet op te volgen.

De samensteller / auteur is op geen enkele wijze aansprakelijk voor welke schade dan ook welke direct of indirect zijn of worden geacht te zijn ontstaan, als gevolg van de beschreven controle punten en voorgestelde meet en afregel situaties.

(c) Eastwood Amplifiers.
(revised version voor Gitaar Forum 2006)
Auteursrechten en copyright  Eastwood Amps.

--------------------------------

Hoofdstuk 1

Wat heeft u minimaal nodig?

In ieder geval ruime kennis van buizen elektronica.
Daarnaast een multi meter, dummy luidspreker of power soak 8 ohm minstens 100 watt, een goed soldeerstation, tangetjes, soldeer, schroevendraaiers en dergelijk goed gereedschap.
Aan te bevelen zijn nog: een oscilloscoop, een toongenerator 0 – 20.000 hz. sinus en blokgolf keuze met tenminste – 40 db tot 0 db instelbare uitgangsvermogen bij in te stellen uitgangsweerstand.
De nominale uitgangswaarde mag 8 ohm zijn, in combinatie met de powersoak 8 ohm en audio watt meter van 8 ohm.
Een gezond verstand om te kunnen analyseren wat er fout kan zijn / gaan en weten waar u mee bezig bent is toch wel de voornaamste eigenschap, die u moet bezitten, inclusief de basis kennis van elektronica en buizen technieken.
Als u het niet aan durft, blijf dan van de versterker af !!!
Zie ook de waarschuwingen bij de inleiding en verderop in dit stuk wordt u wederom gewezen op de mogelijke gevaren van buizen spanningen.
Dus wees altijd VOORZICHTIG met deze apparaten, ook als u wel denkt dat u het aankunt om eens de versterker open te schroeven!

Zorg dus voor optimale veiligheid. Denk daarbij aan een apart stopcontact met losse aard lek schakelaar.
En maak daarnaast nog zelf een veilige stroom toevoer door een lamp van 100 watt in serie te schakelen plus een 3 ampère zekering tussen uw losse aard lek schakelaar en het lichtnet.

Voor zie deze veiligheidsschakeling van een veilige en robuuste behuizing met aan de buitenkant een stopcontact waar de te repareren versterker kan worden aangesloten.
In de behuizing zit dus een (100 watt gloeilamp met fitting in serie met de 230 volt lichtnet toevoerspanning, plus een eveneens in serie opgenomen 3 ampère snel glas zekering).

Mocht er iets fout gaan, dan zal de 100 watt gloeilamp fel gaan branden!
Om het helemaal goed te doen voorziet u de gehele 230 volt toevoer van een scheidingstransformator en extra aard lek schakelaar, maar blijf er van bewust dat u werkt met minimaal 230 volt lichtnet spanningen en zelf in de versterker kunnen de spanningen oplopen tot ruim 800 volt !!
Dus misschien u dan besluiten om uw bezigheden te staken.

Nogmaals: Het is uw beslissing of u uit gaat zoeken wat er defect kan zijn in de versterker. Het is uw verantwoordelijkheid en van niemand anders !!!

Hieronder voor die durfal de mogelijke oplossingen van problemen met oude gitaar buizen versterkers.



Hooofdstuk 2.

Controle lijst en handleiding voor storingen onderzoek van Buizen versterkers.      

Bestudeer het desbetreffende bouwschema van het te controleren apparaat.
Als u geen schema heeft en dat ook niet kan ontdekken op internet, dan wordt het al een stuk lastiger om bepaalde storingen op te sporen.

Verwijder de versterker kast.
Zet het chassis op werktafel met de onderdelen kant boven, eventueel op houten klossen neer zetten, ter bescherming van de buizen.

Begin dan met de eerste grondige visuele controle op, aansluit net snoer, net stekkers, bedrading, buisvoeten, schakelaars, condensatoren, weerstanden, in / uitgang pluggen.
Net zekeringen en eventuele inwendige zekeringen controleren en eventueel vervangen.

Met name komt het regelmatig voor dat de input chassis delen (zoals gitaar / loop / effect in en uitgang) ook wel jacks genoemd, allerlei vreemde storingen kunnen veroorzaken. (Marshall, Fender, Mesa)
Idem voor de send en return opties die eveneens via 6,3 mm gitaar jacks worden aangestuurd.
De metalen doorverbinding lipjes in kunststof gitaar chassis delen zijn meestal de bron van ellende, check dus of e.e.a. naar behoren werkt,  bij twijfel gewoon vervangen door metalen chassis delen.

Let op inbrand effecten, verkoling door kortsluiting en extreem hitte ontwikkeling en dat specifiek bij de buisvoeten aansluitingen van en naar de print, gloeidraden en netspanning bedrading.

Controleer de versterker onderdelen print / printen, de bedradingen ook die van de uitgangstransformator, aansluitingen naar de output speaker  pluggen en dergelijke.

Tot nu toe dus nog GEEN steker in het beveiligde stopcontact / lichtnet !
De bovenstaande controles zijn dus “ op het oog “  controles.
Pas als u er 100% zeker van bent dat er geen zichtbare gebreken zijn, kunt u voorzichtig verder gaan met de controles, waarbij wel hoge spanningen kunnen vrijkomen.
Wees daarom altijd extra voorzichtig als u de versterker heeft aangesloten op het beveiligde lichtcircuit.


Hoofdstuk 3

Controleer aan de hand van de volgende stappen:

1) Net schakelaar aanzetten, stand-by schakelaar UIT, brand controle lampje? Zekeringen gesprongen?
Kortsluiting in de net draden kan natuurlijk de allereerste oorzaak zijn.
Als de net zekering blijft doorspringen dan de eindbuizen uit de buisvoeten verwijderen, blijft de zekering dan heel, dan kan / kunnen er 1 of meerdere eindbuizen defect zijn.
Controleer ook de buisvoeten op inbrand effecten, zowel aan de bovenzijde alsmede aan de onderzijde.
Check de solderingen en bedrading rond om de aansluit lipjes van de buisvoetjes.

Blijft de zekering doorslaan ondanks dat de buizen zijn verwijderd, check alle net gerelateerde bedradingen en aansluitingen, de voedingstrafo, de hoogspanningsdioden en elco's.

Bij diode brugschakelingen moet er met een analoge ohm meter te meten zijn of er kortsluiting zit in een of meerdere dioden.

Bij elco meting ook met de analoge ohm meter zal ook bij een defecte elco te zien zijn dat de inwendige weerstand vrijwel nul is, of oneindig hoog, zowel in doorlaat als in sper richtingen meten.
Zijn die in orde, meet dan de eindtrafo primaire zijde door.
De meet waarde met een ohm meter zal een relatieve weerstand moeten geven tot een paar honderd ohm. Zo niet, dus weinig of geen ohmse weerstand dan is de eindtrafo helaas overleden.

Als al deze stappen zijn uitgevoerd, dan moet de storing van zekeringen doorspringen zijn gesignaleerd, anders alles nog een keer overdoen.

2) Hoogspanning (Hsp lijn) tussen 350 en 500 volt = normaal en veelal zijn er zekeringen direct in de Hsp lijn.
Ook via de kathode van de eindbuizen kunnen zekeringen aanwezig zijn.
Controleer of de spanningen redelijk kloppen en of er geen rare dingen gebeuren tijdens het meten.
Een aardig hulpmiddel is tijdens het meten ook met een geïsoleerde schroevendraaier op de buizen, chassis en diverse print onderdelen te tikken.

Voorversterker buizen vervangen is een optie, waarbij wordt uitgesloten dat er ongemerkt een buisje defect. Zie ook item 14 e.v.
Daar waar dergelijke klopjachten plotselinge verandering op de meter of scoop laat zien, dan zijn er nadere onderzoeken en reparaties nodig.

3) De negatieve spanning (Bias) moet normaal tussen de 30 en 50 volt zijn op de ingangsroosters van de eindbuizen. Bij EL 34 zal  dit een gebruikte waarde zijn maar bij andere eindbuizen kan dat nogal eens afwijken, ook fabrieksmerken per zelfde soort buis willen nogal eens afwijkingen hebben.
Let er dus op dat de rust stroom waarden voorzichtig en juist moet worden vastgesteld!

4) Spanningscontrole op alle Hsp. elco’s, van hoog naar laag zou dit ongeveer 450, 440,350,300  en 250 volt kunnen zijn. Check ook de massa van elco’s t.o.v. aarde.
Daar mag geen spanning worden gemeten, behalve als de elco’s serieel met 2 weerstanden zijn geschakeld.

5) Spanningscontrole op alle anodes van de pre amp buizen, variërend bijvoorbeeld 120 tot 250 volt is veel voorkomend.

6) Check de fase draaier condensatoren naar PA, zitten ze los of zijn ze lek
Als er (op het eerste gezicht) geen verdere defecten zijn waar te nemen,  dan de  
volgende stappen doorlopen:
Sluit  de dummyload van 4 of 8 ohm aan op de uitgang v.d. versterker, koppeling  
met de scoop ingang via dummyload en sluit een signaal gever aan op ingang van de versterker.

7) Sinus signaal 1000 hz toevoeren. Verhoog het ingang signaal tot de output meter van de dummy load  8 ohm het signaal weergeeft en er een sinus op de scoop is te zien.   

1) Bij een eindtrap met 2 buizen zal het max. sinus vermogen ongeveer 30 tot 50 watt kunnen bedragen, mede afhankelijk van de hoogspanning en type fase draaier / pre amp en kwaliteit van de eind buizen.

9)  Bij een eindtrap met 4 buizen zal het max. vermogen circa het dubbele zijn van een 2 buizen eindtrap.

10) Op de scoop zal de sinus vorm worden weergegeven.
Als die al bij een lage ingangsspanning een vervormde of platte top / bodem sinus dan luidspreker aansluitingen uitgangstrafo / chassis pluggen en bedradingen nog eens goed nakijken,  als dat goed is dan eens de eind buizen vervangen.
Check alle direct aangesloten condensatoren en weerstanden, pre buizen e.d.

11) Vertoont de scoop slechts 1 deel van de sinus dan is de eind trap niet met een goede fase aangestuurd, dit kan zijn dat de fase condensatoren niet goed zijn, ook  kan een of meerdere kathoden van de eindbuizen niet met de massa zijn verbonden, via een lage ohm weerstand (max. 20 ohm) en / of  kathode zekeringen zijn defect.
Is dit alles wel in orde maar blijft er slechts 1 helft van de sinus zichtbaar op de scoop, ook na verwisseling buizen, dan kan de uitgangstrafo defect zijn, zie onder punt 1, dus re-check dat !!

12) Controleer nu ook de negatieve voorspanning op de ingangsroosters van de eindtrap.
  
13) De sinus nu op de scoop zo afregelen dat deze bij max. vermogen nog net niet afgeplat wordt.
De meeste negatieve voor spanningen zijn d.m.v. instel potmeters af te regelen.
Met de volt meter controleren dat die spanning niet lager wordt dan min (–) 38 volt.

14) Check het geluid, speakerbox aansluiten via de dummy load, bij harde brom
en of oscilleerden geluiden direct afkoppelen!!
Gebruik dan het setje (test) buizen en doe opnieuw geluidscontrole,  blijft e.e.a. slecht, check bedrading,  condensatoren e.d.
Vervanging van de voorversterker buizen meestal 7025 of Ecc 83 / 12 AX 7 / 7AY of AW typen vindt ook plaats als de toon controle zwak tot matig klink, of als het signaal slecht / beroerd klinkt.


Bij vervanging van de eindbuizen, moet de fase buis en de eventuele extra driver buis ook worden vervangen.
Veelal zijn normale buizen versterkers uitgerust met  Europese EL 34 eindbuizen.
Amerikaanse typen buizen zijn o.a. de 6L6 / 5881, 6550A, KT typen eindbuizen.
Check wel goed de aansluitingen op de buisvoeten. Zie ook hoofdstuk 2, 3 en 4.
Als alles goed klinkt en vermogen op niveau is, dan eindtrap ruststroom met de negatieve voorspanning definitief afregelen.



Hoofdstuk 4.

Afregel situaties met tips en trucs :

De volgende procedure is zonder ingang signaal, dus potmeters dichtdraaien en signaal generator uit.
Deze methode is nodig om de eind rust stroom zo danig in te stellen, dat overbelasting van de eindtrap wordt voorkomen.
Dit doen we door middel van anode stroom meting over de center tap van de eind trafo.

Voorbeeld bij EL 34 buizen:
Gebruik een 200 mA dc meter, sluit de + aan op de center tap eindtrafo en de min van de meter op 1 kant van de anode wikkelingen van de trafo.
Lees nu de waarde af op de meter.
Bij 1 buis per kant mag de ruststroom als gemiddelde hoogste waarde 40 mA zijn.
Bij 2 buizen per kant dus max. 80 mA = dus 40mA per EL 34 buis.
Aanbeveling is om de ruststroom per buis op een gemiddelde waarde van 15 tot 30 mA in te stellen, per 2 buizen 30 tot 60 mA.     
Door de instel pot meter  van de negatieve ( bias) nu te verdraaien zal de ruststroom
in mA toe nemen of afnemen.
Herhaal dit nu ook met de andere kant van de balanstrafo, ook hier zal de gemiddelde ruststroom per buis binnen een tolerantie van 5 mA gelijk moeten zijn aan de andere zijde.
   
Afhankelijk van het type versterker kunnen per linker of rechter kant aparte instel bias potmeters aanwezig zijn.
Vaak is er echter 1 algemene instel potmeter bias aanwezig die voldoende instaat moet zijn om de balans in eindtrap ruststroom mA’s te voldoen.
Versterker uit zetten, net ontkoppelen, elco’s ontladen (dmv 1 k/10 watt weerstand), de mA meter verwijderen.

Test de versterker nu met op de ingang de gitaar en de luidsprekerbox via dummyload. Controleer of alle functies weer optimaal werken.
Tik met een schroevendraaier ook op alle buizen, het kan namelijk voorkomen dat 1 of meer buizen dan zullen kraken en / of andere bijgeluiden produceren.
Dit duidt dan op een slechte buis / buizen. Remedie = vervanging.

Indien er geen rook ontwikkelingen, geluidsstoringen, kraken, piepen enz. zijn, kan alles worden afgekoppeld en inbouw in de kast weer plaats vinden.

De eind test vindt plaats als de versterker weer in de kast is gemonteerd.

Mochten er wederom onverwachte storingen optreden na inbouw in de kast dan is het zeer goed mogelijk dat de interne metaalfolie in de kast hiervoor verantwoordelijk is.
De oplossing is dus eenvoudig: eventueel af tapen (stage / gaffer tape) of simpel weg het verwijderen van de metaal folie.
Daarmee zullen dergelijke fantoom storingen tot het verleden behoren.

Blijven er toch nog hoorbare vreemde bijgeluiden / klank verschillen aanwezig zijn, dan moeten voorgaande stappen en hoofdstukken nogmaals worden door geworsteld worden om de storingen alsnog te vinden en op te lossen.

Als tip geven wij nog even mee dat er rekening gehouden moet worden met de warmte ontwikkelingen binnen in de buizenversterker.
Eenvoudige oplossing is dan vaak om (indien nodig) de warmte ontwikkeling te verminderen door middel van een extra ventilator of extra gaten in de kast boven en onderkant, evt. zijkanten en op het chassis.
Dergelijke simpele maatregelen zorgen voor afvoer van de warmte binnen in de versterkerkast.
Vele defecten zijn namelijk direct of indirect het gevolg van oververhitting.
De warmte kan in  vele gevallen niet voldoende worden afgevoerd, omdat de kast / chassis onvoldoende ventilatie kanalen heeft.
E.e.a. op persoonlijke titel beoordelen en (eventueel in overleg met de eigenaar van de versterker) beslissen of extra koelgaten / ventilator nodig zijn.



Hoofdstuk 5.

Van de meest voorkomende buizen volgt hier nog de aansluitingen:

De complete aansluitingen van de EL 34 zijn:
Pin 1 = Rooster 3
Pin 2 en Pin 7 = Gloeispanning 6,3 volt / 1,5 ampère, schematisch wordt dit ook aangeduid als F/F.
Pin 3  = Anode = + hoogspanning via uitgangstrafo 400 tot 800 volt
Pin 4  = Schermrooster = + hoogspanning max 420 volt via schermrooster
    weerstand 330 tot 1000 ohm / 5 watt is normale aansluiting.
Pin 5  = Ingang / signaal rooster
Pin 6  = Geen interne aansluiting van de buis
Pin 7  = Zie Pin 2, Gloeispanning 6,3 volt / 1,5 ampère.      
Pin 8  = Kathode

KT 88, 6L6, 6550, 5881 aansluitingen zijn:
Pin 1  =  Aarde afscherming v.d. buis, of geen aansluiting.
Pin 2   = en Pin 7 Gloeispanning 6,3 volt 1,8 ampère, schematisch wordt dit ook aangeduid als F/F.
Pin 3   = Anode
Pin 4   = Schermrooster
Pin 5   = Ingang / signaal rooster
Pin 6   = geen aansluiting
Pin 7   = Zie Pin 2, Gloeispanning
Pin 8   = Kathode / rooster 3.

Raadpleeg het buizen boek of een der handboeken voor de juiste typen, aansluitingen en elektrische gegevens.

Voorversterkers typen zijn o.a. Ecc 81, 82 en 83, 12 AX7 / 12 AW7, 7525 e.d.
Het betreffen hier zogenaamde dubbel trioden, dus er zijn 2 dezelfde voorversterkers in 1 buis ondergebracht.
Overigens zijn de gangbare buis typen Amerikaanse en Europese gelijk van specificatie en aansluitingen.
Aansluitingen van deze types zijn:    

Pin 1 = Anode, max + spanning van 300 volt, meestal via 47k tot 300 kohm weerstand
Pin 2 = Ingang signaal rooster, meestal via een weerstand van max. 1 meg aan massa
Pin 3 = Kathode, gemiddelde weerstand 1 tot 5 kohm aan massa en ontkoppel C
Pin 4 en Pin 5 doorverbinden voor Gloeispanning 6,3 volt / o,6 amp., ook aangeduid als F/F.
Pin 6 = Anode van de 2e deel
Pin 7 = Ingangsrooster 2e deel
Pin 8 = Kathode 2e deel
Pin 9 = Gloeispanning 6,3 volt / o,6 amp

Ook  zijn er Russische Ecc 83 typen met bijvoorbeeld het nummer 6H2N, deze hebben de 6,3 volt gloeispanning uitsluitend op pinnen 4 en 5 zitten en pin 9 van de aansluit voet is de massa afscherming, dus pin 9 komt aan aarde te liggen.

Deze afwijkende aansluiting is van belang als je een normale Ecc 83 gaat vervangen door een Russische look a like type zoals 6H2N buis.
Maak dan van de bestaande Ecc 83 buisvoet de gloeidraad van pin 9 los en verwijder ook de doorverbinding van pin 4 en 5 bij de Ecc voetjes.
Oorspronkelijk zit op pin 4 of pin 5 1 gloeidraad al aangesloten en die kan blijven zitten.
Sluit op de over gebleven pin (dat kan dus pin 4 of 5 zijn) de andere gloeidraad aan die je los hebt gehaald van pin 9.
Pin 9 vervolgens met de aarde / massa doorverbinden.

Nogmaals:
Raadpleeg het buizen boek of een der handboeken voor de juiste typen,
aansluitingen en elektrische gegevens, in samenhang met het schema van de versterker.




Hoofdstuk 6.

Tot slot nog enkele aanvullende tips:

Er zijn nog versterkers in omloop, die de gloeispanning van de eerste voorversterker buizentrap door middel van de negatieve bias spanning worden aangestuurd.
Hierbij worden van de normale Ecc voorversterker buizen pinnen 4 en 5 gebruikt (12,6 volt x aantal buizen). In die combinatie is het ook gebruikelijk om de 1e kathode direct aan massa te leggen, zonder kathode weerstand / condensator combinatie.
Dit is dus wat afwijkend t.o.v. de normale schakelingen, maar komt vrijwel niet meer voor in de huidige generatie buizen versterkers.
Als men dergelijke schakelingen tegenkomt tijdens de reparatie werkzaamheden, verdient het aanbeveling om e.e.a. te wijzigen in de "normale settings", dus gloeidraden op 6,3 volt pin 4-5 en pin 9 en de kathodes voorzien van een weerstand 2 k 2, 0,5 watt / 5% met al dan niet gewenst een ontkoppel C van bijvoorbeeld een waarde vanaf 0,1 mfd tot 22 mfd/ 63volt.

Gebruik zoveel mogelijk geïsoleerde gereedschappen, in verband met de net spanningen en andere hoogspanningen oplopende tot soms meer dan 800 volt!
Gebruik het gezond verstand bij het zoeken naar de storingen.
Indien er bedradingen moeten worden vervangen of bestaande bedradingen moeten worden aangepast, gebruik dan goed en dik montage draad.

Dat is zeker nodig bij die verbindingen waar hogere spanningen en / stromen lopen.
Toevoer bedrading voor de 6,3 volt gloeispanning, moet tenminste een goede dikte hebben en tevens goede kwaliteit isolatie hebben, dit in verband met de hoge stromen van 6 ampère of meer.
Om brommen te voorkomen worden die aansluitdraden altijd getwist en liggen er 2 x 100 ohm weerstanden aan aarde, of via massa wikkeling van de trafo, controleer dus de aanwezige aansluitingen op de trafo en het elektrische schema van de versterker.

Voor langere afstanden van input, toonregelingen en andere signaal versterkingsdraden, is het aan te bevelen om afgeschermde kabels te gebruiken, waarbij vaak slechts 1 kant met de massa kan worden door verbonden.(Ook dit kunt u experimenteel bepalen of 1 kant aarde voldoende is, soms moet de aarde aan beide kanten worden aangesloten met het chassis)

Het kan handig zijn om over de lengte van het chassis een lange blanco aarde draad te spannen.
Hierop kunnen onderdelen die aan aarde moeten worden gelegd eenvoudig worden gesoldeerd.
Ook input chassis delen / pluggen / jacks / potmeters die 1 of meer contacten hebben die aan aarde / massa komen te liggen kunnen worden doorverbonden met de extra blank aarde draad.
Vaak kunnen verborgen "aardlussen" hiermede worden opgelost en kan de versterker een stuk rustiger klinken.

Als alle voorkomende werkzaamheden met succes zijn afgerond, dan kan het eigenlijk niet anders zijn, dan dat de versterker goed tot zeer goed zal functioneren, mits we natuurlijk een goede speaker set hebben aangekoppeld.
Wij gaan er vanuit u hiermede een aardig eind op weg geholpen te hebben en dat u gewapend met de inmiddels opgedane kennis, uw oude (vintage) gitaar versterker weer eens van zolder haalt en daarmee weer aan de slag gaat.

Nog 1 keer herhalen we de waarschuwing:
Omdat buizenversterkers met levensgevaarlijke voltages en stromen werken dient men hier ernstig rekening mee te houden. De gebruiker / lezer wordt geacht hiervan goede nota te hebben genomen, alsmede dient men over voldoende basis kennis van de elektronica en elektriciteitsleer te beschikken.
Indien men aan de hand van de hierna beschreven meet en test procedures gaat werken, dient men ook de geldende veiligheidsvoorschriften en normeringen in acht te nemen.  

De samensteller / auteur is op geen enkele wijze aansprakelijk voor welke schade dan ook welke direct of indirect zijn of worden geacht te zijn ontstaan, als gevolg van de beschreven controle punten en voorgestelde meet en afregel situaties.

(c) Eastwood Amplifiers.
(revised version voor Gitaar Forum 2006 Auteursrechten en copyright  Eastwood Amps. )


meld dit bericht aan een moderator